21 oktober 2026 · 2 minuten lezen
De Egyptische dans.

Het liefst loop je even niet de locatie op. Het liefst sla je die ene afdeling deze week over. Je weet heus wel dat één keer per week zo’n beetje het minimum is voor contact, maar hé, je hebt toch gemaild?... En wie weet komt het ze toch net niet uit...
Eerlijk zeggen: heb je dat wel eens gevoeld? Dat je één van je zorgteams het liefst ontwijkt? Of heb je het bij een collega gezien? Ik heb het dan over meer dan een dagje geen zin. Ik heb het over een team waar het gewoon geen fijne plek is om binnen te lopen.
Zelfs als er hardop gezegd wordt dat je welkom bent, kun je in alles voelen dat je er eigenlijk niet bij hoort. Of dat je alleen binnen mag komen met wat ik de Egyptische dans noem.
Stel je een deur voor met zo’n dansend poppetje erop. Zolang jij precies die pasjes doet, mag je erbij. Wijk je af, dan sta je buiten.
Het goede nieuws is dat het niet aan jou ligt. Natuurlijk kun je die ‘blegh’ uiteindelijk wel de baas. Met wat moed en een flinke dosis werkethos stap je toch naar binnen, omdat je weet dat het jouw plek is. Alleen help je daarmee jezelf en je team geen stap verder. Jij blijft je elke keer schrap zetten bij die deur, en het team blijft precies hetzelfde. De crux zit erin dat je die ‘blegh’ gaat zien als informatie over het team.
Dat vraagt onderzoek, en het laat zich niet meteen plat slaan in één antwoord. Een paar vragen om mee te beginnen:
Is dit een team dat het onderling zo goed heeft dat verandering moeilijk binnenkomt?
Is dit een team waar eigenlijk niemand graag binnenloopt, ook al ziet het er van buiten prima uit?
Wat is er eerder gebeurd met leidinggevenden bij dit team, en wat neem jij daarvan mee in jouw rol?
In de whitepaper Doe ik het goede? ga ik verder op dit soort vragen in. De link staat in de eerste reactie.



